HOMOSEKSUALITEIT ALS BASIS VAN SHOWPONIES (maar géén activisme…, het blijft entertainment)


Geplaatst in Lezingen op .

Alex Klaasen is homo.
Da’s geen opzienbarende opmerking, want die geaardheid deelt hij met – de cijfers van de deskundigen verschillen enigszins – 3, 4 of 5 procent van de menselijke soort. Onder dieren is het percentage wat lager, maar ook daar komt het voor.
Alex Klaasen is artiest.
Ook dat is niet iets heel bijzonders. Jaarlijks is de rij van enthousiaste studenten voor de poorten van de conservatoria, kleinkunst- en toneelopleidingen en popakademies veel groter dan het aantal studenten dat geplaatst kan worden. De afvallers proberen op een andere manier op het podium te komen, en in veel gevallen lukt dat ook, ook al moeten ze vaak genoegen nemen met een zeer bescheiden inkomen. Alle grachten in Amsterdam kunnen gedempt worden met artiesten.

Alex Klaasen is dus een homoseksuele artiest.
Nog steeds niet iets dat veel opzien zal baren. Voor veel homoseksuele artiesten is die combinatie geen onderwerp van gesprek. Niet op verjaardagen en niet in de kleedkamer en niet in interviews. De meesten doen er tegenwoordig absoluut geen moeite voor om het te verbergen, ze vinden het niets bijzonders. Theaterartiesten zijn geen voetballers en de krampachtigheid uit de tijd van Wim Sonneveld is echt wel voorbij. Het publiek zal het ook werkelijk worst wezen of die acteur of danser het met een man doet. Als hij maar goed acteert of danst.
Waarom moet ik dan zo benadrukken dat Alex Klaasen een homoseksuele artiest is? Tsja, omdat hij het zelf doet. En niet zo’n beetje ook. Dat merkten we in de uiterst succesvolle moderne revue Showponies, die hij met een energiek gezelschap in het seizoen 2017-2018 speelde, maar nog veel meer in de opvolger Showponies 2, die u vanavond gaat zien. Ik heb beide shows gerecenseerd, nummer 1 voor Het Parool en nummer 2 voor de Theaterkrant, en uit de volgende citaten kunt u wel opmaken wat ik ervan vond:

• Het is een feest om in één programma Sneeuwwitje, zingende, geile misdienaren en Sherlock Holmes die de geaardheid van een Engelse kakfamilie onderzoekt, bij elkaar te zien.
• Ongekend hoog humorniveau bij Alex Klaasen
• We worden ook nog eens heel erg vrolijk van het geweldige ensemblewerk in de zang- en dansnummers. Vooral het nummer waarin de opbouw van een klassiek musicallied wordt uitgelegd is fenomenaal.

Deze opmerkingen sloegen op nummer 1.
Over Showponies 2 schreef ik:
• De presentatie van een nieuwe Barbiecollectie, met onder meer de obese Ken Tucky en de gehandicapte Wheelie, de charleston-dans rond het genderneutrale toilet, het boze lied van de bijenkoningin die hommelhaat predikt, en Het Laatste Avondmaal, waar ook gedacht is aan de notenallergie van Jezus, zijn nummers op hogeschoolniveau, zoals je dat zelden ziet.

Goed, het moge duidelijk zijn, ik ben een fan van Alex Klaasen. Ik volg hem al vanaf het begin van zijn carrière. Dat is ook de reden dat ik dit T-shirt aan heb van Miss Kaandorp – Brigitte, de musical uit 1998, een prachtige parodie op het musicalgenre van Brigitte Kaandorp en Bert Klunder. Daarin speelde Alex Klaasen als stagiaire van de kleinkunstacademie mee in een bescheiden rol, maar hij viel me toen al op in positieve zin. Ook dat zou ik met een citaat uit mijn recensie van toen kunnen bewijzen.

Alex Klaasen is in 1976 geboren in het Brabantse Oirschot. Op 22 mei om precies te zijn. Ik toevallig ook, de datum, niet het jaar. Oirschot is de plaats van zijn jeugd en na de middelbare school verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij aan de Akademie voor Kleinkunst studeerde. In 1998 ontving hij de Pisuisse-prijs, een prijs voor de meest veelbelovende eindexamenleerling. Samen met Martine Sandifort maakte hij het hilarische programma Volgend jaar lach je d’r om, waarin hij liet zien een typetjesmaker te zijn op het hoge niveau van Kees van Kooten en Erik van Muiswinkel. Na nog enkele andere samenwerkingsprojecten, zoals Kopspijkers op televisie en musicals voelde hij zich sterk genoeg om in 2009 als solist te debuteren in het programma Eindelijk alleen. Goddank, iemand die de tijd voor een goede aanloop had genomen en daardoor een reuzensprong kon maken. In Eindelijk alleen liet hij meesterportretjes zien in felle kleuren, die ook nog verrassend veel subtiele schaduwvlekjes en details herbergen.
Voorbeeld: De moeder is apetrots op haar zoon, kampioen fistfucken Zuid Oost Friesland middenklasse tot 60 centimeter. Nu belt ze stad en land af om erachter te komen waar de provinciale kampioenschappen worden gehouden.
Het typetje waarmee Alex Klaasen zijn portrettengalerij opende was al direct van zo’n krankzinnig gehalte, dat je vreesde dat hij daar niet meer overheen kon komen. Fout dus. De fantasie van Klaasen blijkt onuitputtelijk te zijn. Want met de verveelde instructrice paaldansen op een kinderfeestje en de 86-jarige die zielsgelukkig is dat iedereen in zijn omgeving, inclusief zijn vrouw, is overleden, werd datzelfde hoge niveau gehaald.
De mannen en vrouwen die hij speelde kwamen op het eerste gezicht sterk en inventief over, maar bleken uiteindelijk toch verdomd alleen op de wereld te staan. Dat werd nog eens benadrukt doordat Klaasen ze allemaal in zijn ondergoed speelde, met een toilet als enig decorstuk.

De verhouding tussen recensent en artiest kan soms heel korzelig zijn. De artiest heeft zich helemaal het apezuur gewerkt en is trots op zijn kindje. Hij kan een recensent wel villen als hij zijn baby niet mooi vindt. Ik moet in dat verband wel eens denken aan Kramer, de goudeerlijke flapuit in de sitcom Seinfeld, mijn favoriete serie uit de jaren negentig. Kramer moest een keer met zijn vrienden Jerry, George en Elaine naar de baby komen kijken van een vage vriendin. Toen hij in de wieg keek, deinsde hij terug, alsof hij het monster van Frankenstein had gezien. De moeder was not amused.
Toen Alex Klaasen een keer in een interview werd gevraagd naar het grootste compliment dat hij ooit heeft gekregen, citeerde hij een opmerking van mij die stond in de recensie over de voorstelling Toon, waarin Alex Klaasen op weergaloze wijze in de huid van Toon Hermans kroop. Ik schreef ‘Toon is dood, maar gelukkig hebben we Alex Klaasen nog.’ Ja, ik zei het al, ik ben een fan. Ik zal dus waarschijnlijk nooit zijn biograaf kunnen worden.
Ik sla nu een aantal musicals over en kom aan bij Showponies, een uptempo variant op de traditionele revue, een bijna vergeten mix van show, ballet, musical en cabaret, waar André van Duin – een van de helden van Klaasen – furore mee heeft gemaakt. Voor de eerste keer in zijn carrière kon Klaasen alles wat hij kan en leuk vindt bij elkaar gooien. Hij miste altijd iets als hij maar één genre deed.

Eerst even de titel, Showponies.
Showponies zijn mensen die ervan houden zich te verkleden, zich op te maken en uitbundig mooier maken. Maar er is volgens Klaasen ook een keerzijde. Hij zegt: ‘Showponies zijn mensen die denken dat ze zo moeten zijn, omdat men deze mannen dan leuker vindt.’
Ja, het is dan inderdaad een vorm van masker, maar, zo zegt Klaasen: ‘Er moeten gewoon showponies zijn in deze wereld. Je wilt ergens in geloven. In een mooiere wereld, in sprookjes.’
Sommige critici hebben zich wel eens afgevraagd of Alex Klaasen eigenlijk wel bestaat of dat hij niet meer is dan een verzameling typetjes. Die opmerking komt ook bijna letterlijk uit de mond van een van zijn medespelers in Showponies als Klaasen, gekleed als een Broadwaydiva in de stijl van Barbra Streisand of Liza Minnelli, een paar smartelijke liederen heeft gezongen waar de eenzaamheid vanaf druipt. Hij krijgt dan de wind van voren. Of Klaasen nou eens eindelijk achter zijn masker vandaan wil komen.
Toch hebben die critici het fout. Niet alleen komt Klaasen vanachter dat masker tot zijn beste prestaties, maar in elke scène zitten kieren in het masker waardoor Klaasen wel dege¬lijk statements van betekenis maakt en zichzelf laat zien. Hij speelt het via de band, dat is zijn manier om zijn engagement te tonen.
Zo ook in Showponies 1. Als zeemeermin deelt Klaasen op zeer grappige manier een tik uit aan de medische industrie om het lichaam zogenaamd te vervolmaken. In een porno-opera wordt naar de werkelijke liefde gezocht. En er wordt een leuk lijntje getrokken tussen homoseksualiteit en zwart zijn.
Er werd door de recensenten een ware tsunami aan sterren over de show uitgestrooid, en de zalen puilden uit. Het oude revue-genre beleefde als 2.0 een geweldige comeback. Een tweede ronde lag dan ook voor de hand.
De try outs in Nieuwegein en IJmuiden liepen uitstekend, maar in Hoofddorp merkte Klaasen dat het publiek terughoudend reageerde op een genderneutraal ballet, twee vazen die eigenlijk potten blijken te zijn en een transseksuele Jan Smit.
Alle liedjes en sketches in Showponies 2 hebben een homoseksuele onderlaag. Dat is heel bewust. Klaasen ziet dat het onderwerp in veel voorstellingen of films wel even wordt aangestipt in één scène of met één personage. En dan vindt men het wel weer genoeg. Bij Klaasen gaat het onderwerp de hele avond niet weg. Maar toch, en dat mag misschien voor sommigen een geruststelling zijn, het is weliswaar een statement, maar geen heftig activisme, het blijft entertainment.
Maar goed, Hoofddorp was er volgens Klaasen blijkbaar nog niet klaar voor. Men had daar waarschijnlijk meer van hetzelfde verwacht. Tsja, de zoveelste Indiana Jones, nóg een Star Wars en American Psycho 2. Ondanks de titel Showponies 2, is het wel degelijk een ander programma geworden. Misschien iets minder hilarisch, maar inhoudelijk denk ik dat het wat sterker is.
Ik heb Klaasen over deze voorstelling gesproken. Hij vertelde me dat vorig jaar een man, die waarschijnlijk door zijn vrouw was meegenomen, zei dat hij de voorstelling wel erg gay vond, maar dat hij toch een leuke avond had gehad. Dat klinkt een beetje als de zinnetjes uit Daar wordt aan de deur geklopt:
Wees maar gerust mijn kind.
Ik ben een goede vrind.
Want al ben ik zwart als roet,
‘k Meen het toch goed.
Klaasen vond het eerst een lullige, irritante opmerking, maar eigenlijk zegt die man dat hij bewust of onbewust in conflict is gekomen met zijn eigen vooroordelen. Dan heeft Klaasen dus het begin van een verandering in gang gezet, en dat is interessant.
Homoseksualiteit is nou eenmaal iets wat hij niet bij zichzelf kan wegpoetsen. Het is zijn identiteit. Hij vindt het grappig dat er nog steeds mensen denken dat homoseksualiteit een hobby van hem is en dat hij dat vrolijk meebrengt in zijn voorstellingen.
Vorig jaar heeft hij heel vaak jongens met hun moeder in de zaal gezien. Jongens, waarvan hij dan al zag, dat die het van zichzelf nog niet wisten, maar hun moeder wel, en dat daar thuis nog niet over gesproken is.
Zoon en moeder, hoe zit dat? Volgens Klaasen is de band tussen een jonge homo en zijn vader wat moeilijker, want vader confronteert de zoon met de man die hij niet zal zijn. Er is dan een lichte verwijdering tussen zoon en vader, en die is er veel minder tussen zoon en moeder, die dat beter aanvoelt en het compenseert met liefde en aandacht. Daar heeft Jurrian van Dongen in de voorstelling van vanavond een prachtige liedtekst over geschreven.
Klaasen kan tot rij zes alles zien, en dat slaat hij op in zijn hoofd. Hij zag daar iets ontroerends gebeuren, waar moeder en zoon allebei blij van werden. Hij heeft een aantal brieven gekregen van jongens en die schreven dat de jongen na de voorstelling uit de kast is gekomen. Het is niet zo dat Klaasen de voorstelling heeft gemaakt om coming out te stimuleren, maar er is wel iets gebeurd. Dat zo’n jongen ziet dat zijn ouders lachen en dan de veiligheid voelt om te kunnen zeggen wat hij verborgen heeft gehouden.
Dat heeft Klaasen nu als uitgangspunt genomen voor Showponies 2. Het is volgens Klaasen nog steeds heel moeilijk, ook in Nederland, om uit de kast te komen. Hij zegt: ‘Je voelt dat je anders bent dan de rest van de wereld en dat de geliefden om je heen iets van je verwachten wat je niet bent. De gevoelens van angst, schaamte, woede, frustratie en zelfhaat worden zo onderschat in die kwetsbare leeftijd. Mensen denken vaak dat als je je coming out hebt gehad, het rustige, vrolijke leven begint. Maar je blijft de rest van je leven kwetsbaar door de opmerkingen van de Johan Derksens van deze wereld.’
Ook in Amsterdam, dat eens de Gay Capital of the World werd genoemd, merkt Klaasen dat de sfeer niet altijd prettig is. Hij ziet dat door internet, de sociale media de mensen onrustiger zijn geworden, minder gefocust en sneller op hun teentjes getrapt. Hij zei tegen mij: ‘Toen ik naar Amsterdam kwam, in 1994, om aan de kleinkunstacademie te studeren, kon je gewoon ’s avonds spelletjes spelen – ook al klink ik nu, alsof ik opa ben – maar je werd niet afgeleid. Iedereen is nu onrustiger. Je ziet vaak fietsers voor het rode licht staan en die rijden niet door als het groen wordt, omdat ze al na twee seconden hun telefoon pakken of om zich heen kijken. De jaren negentig was een hele lieve tijd voor homoseksualiteit, de Reguliersdwarsstraat was een veilige plek, ook voor de dragqueens. Iedereen is op internet opeens expert over alles, iedereen voelt zich aangevallen, er is geen nuance en fatsoen meer op internet.’
Het boek The Velvet Rage van Alan Downs, met als ondertitel Overcoming the Pain of Growing Up Gay in a Straight Man’s World, is de nieuwe bijbel geworden van Alex Klaasen. In dat boek zegt Downs dat je als homo altijd op zoek bent naar je ware zelf, en je hebt al heel snel geleerd om die te verbergen, en daar een andere versie van jezelf naast te zetten. Door je schaamte en woede wil je perfect zijn, omdat je diep in je hart ervan overtuigd bent dat je niet goed genoeg bent. Dat is waarom homo’s vaak zulke ontzettend mooie huizen hebben en naar de sportschool willen om het perfecte lijf te creëren.
Volgens Klaasen past daarin ook het willen vluchten in een fantasiewereld, omdat daar alles goed is, en je kan zijn wie je bent. Daarom houden homo’s zo van Disney. Klaasen is altijd een liefhebber van sprookjes geweest, en niet alleen omdat hij in Oirschot is geboren, om de hoek van de Efteling. Deze show begint met een carrousel, dat is dus Efteling. Klaasen heeft tegen de decorontwerpster gezegd dat het Anton Pieck moest worden.
Net als de vorige keer zit er nu ook een musicalparodie in. Musical is in Nederland volgens Klaasen een beetje overleden. Er wordt te weinig spannends gemaakt, en er wordt heel erg ingevuld wat het grote Nederlandse publiek wil hebben. Klaasen vindt dat je nooit van tevoren bezig moet zijn met de vraag hoe je het publiek kan pleasen. Probeer iets nieuws te verzinnen, zoals dat soms nog wel in Londen en New York gebeurt. Hij kan zich niet voorstellen dat iemand vooraf heeft gezegd dat musicals als Hamilton of The Book of Mormon, die onlangs voor een lange serie in Carré te zien is geweest, goed zouden gaan werken voor een groot publiek. Grote producenten in Nederland durven volgens hem geen risico te nemen. Alex Klaasen maakt in Showponies 2 geen parodie op musical omdat hij het een stom genre vindt, maar juist uit liefde. Je kunt alleen maar een parodie op iets maken, als je er zelf van houdt. Als je het haat wordt het vaak een hele slechte parodie, en daar is Klaasen eigenlijk nooit op te betrappen. Zoals u vanavond zult zien, heeft Klaasen geen enkel ondermaats nummer nodig om de avond gevuld te krijgen.
Ik wens u heel veel plezier.

Deze lezing werd gehouden op 28 november 2018 voor de Businessclub van het Agora Theater in Lelystad, als inleiding voor de voorstelling Showponies 2