In de ban van Shaffy, Brel en Piaf


Geplaatst in Theaterreportages/interviews op . Gepubliceerd in: Ons Erfdeel (Vlaanderen)

Ze was een jaar oud toen de Nederlanders in Indië (het huidige Indonesië) in Jappenkampen terecht kwamen. De kampervaringen hebben haar moeder apathisch gemaakt. Na de oorlog pleegde zij zelfmoord. Haar vader, die in de mijnen bij Tokio moest werken, is na de oorlog hertrouwd, maar de relatie tussen dochter Elly en haar stiefmoeder was zeer slecht. Ze was zeer ongewenst en werd regelmatig geslagen en met een scheermesje bewerkt. Het meisje werd naar een weeshuis gestuurd en daarna naar betaalde ouders in Alkmaar, om uiteindelijk als zevenjarige te worden weggegeven aan een echtpaar op het Waddeneiland Vlieland, dat geen kinderen kon krijgen. Bij dit vuurtorenechtpaar vond ze eindelijk de warmte van een gezin en kreeg ze een nieuwe voor- en achternaam: Liesbeth List. Verlatingsangst verklaard: Ne me quitte pas.
En zo omarmde ze niet alleen Jacques Brel, maar ook Edith Piaf. Toen Liesbeth List op latere leeftijd in 1999 door producent Albert Verlinde werd gevraagd om de titelrol te spelen in de minimusical Piaf dook List in het leven van de kleine zangeres. Een wilde kat, in de goot geboren als de dochter van een hoer.
List over Piaf: ‘Zij was ontembaar en onhandelbaar. Als je zonder liefde opgroeit, dan kun je alleen maar schelden en vechten, als verdediging tegen een boze wereld. Zij klampte zich vast aan iedereen die aardig was, maar liet hen ook weer snel vallen. Alleen op de bühne kon Edith haar emoties kwijt. Daar was ze gelukkig. Ze schreeuwde haar leed uit. Haar talent was haar redding. Door het zingen is ze nooit gek of depressief geworden. Ik herken dat. Ik had hetzelfde medicijn.’
Aangezien er op Vlieland geen middelbare school was, verbleef ze in Harlingen op het vasteland in een kostgezin, waar ze weer in haar schulp kroop. Totdat het stille eilandmeisje besloot om uit te breken en mee te doen aan de schoolrevue. Ze viel op door haar repertoirekeuze: Aznavour en Brassens. Het gewone arbeiderskind was iemand. Opeens keek iedereen haar wél recht in de ogen.
Zij ging naar de modevakschool in Amsterdam. In een café ontmoette ze Ramses Shaffy. Zij deed auditie voor zijn programma Shaffy Chantant en werd direct aangenomen. En zo stond zij naast de meest zwierige artiest van Nederland, een bohemien die het schuchtere meisje het leven leerde kennen. Ze vormden één ziel met een vergelijkbare geschiedenis. Shaffy was geboren in een voorstad van Parijs met een Egyptische diplomaat als vader en een adellijke moeder met Russisch bloed, die niet voor het moederschap geboren was. Ook hij werd weggegeven aan een tante in Nederland, kwam in een weeshuis terecht en uiteindelijk bij liefdevolle pleegouders.
Shaffy werd de Nederlandse Jacques Brel genoemd, en dat sloeg vooral op het vuur, de tomeloze energie die beide mannen op het podium uitstraalden. Het sociale engagement van Brel had Shaffy zeker niet, maar die vonk sloeg wel bij List over. Aanvankelijk werd zij scheef aangekeken toen zij een lp met het door Ernst van Altena vertaalde werk van Brel maakte. Zo’n jonge zangeres, met dat doorleefde repertoire. Maar Brel gaaf haar zijn zegen en kwam naar Nederland voor de uitreiking van haar gouden Brel-plaat. Later vroeg hij zelf toestemming om haar Nederlandstalige versie van Het vlakke land te gebruiken voor zijn speelfilm Franz. List: ‘Een hoogtepunt. Ik zweefde door de straten.’
Na de Brel-triomfen volgde het succes met de Nederlandse vertaling van de Mauthausen-cyclus, het beklemmende verhaal van de Jodenvervolging, geschreven door de Griekse componist Mikis Theodorakis.
De carrière van List heeft flinke schommelingen doorgemaakt, maar haar vechtlust en de ontmoetingen met artistiek inspirerende mannen, zoals Shaffy, zanger-componist Frank Boeijen en producent Albert Verlinde, hebben haar steeds weer terug naar het felle podiumlicht gebracht. Zeventig jaar, een Grande Dame de la Chanson.