Script wordt met elastiekjes en plakband bijeen gehouden


Geplaatst in Theaterrecensies op . Gepubliceerd in: de Volkskrant

Musical

Domino de musical door de Vlaamse Media Maatschappij, muziek: Clouseau, script: Allard Blom en Frank van Laecke, regie: Frank Van Laecke, Stadsschouwburg Antwerpen, 11/3. Tot begin april in Antwerpen.

**

Domino ‘houdt niet van Clouseau. Wel van Mozart en zo.’
Domino is de titel van een elegant liefdesliedje waarin de gebroeders Koen en Kris Wauters, het hart van de Belgische popgroep Clouseau, een aardig vleugje ironie en zelfspot hebben gestopt.
Domino is ook de titel van een hele slechte musical met muziek van Clouseau die afgelopen zondag in Antwerpen in première is gegaan.
Clouseau heeft in België een status die te vergelijken is met Doe Maar in Nederland in het verleden, ofschoon de bands uit verschillende vaatjes tappen: vrolijke ska tegenover lieflijk melodieuze liedjes. Daarnaast heeft Doe Maar zich ook wel eens geworpen op heftige thema’s als heroïne en de atoombom, terwijl de teksten van Clouseau vrijwel uitsluitend over de liefde gaan.
De musical Domino speelt in Swentibold, een Vlaamse volkswijk waarin de buren van uiteenlopende pluimage niet zonder elkaar kunnen. Dikke pret bij de straatbarbecue met onder meer een oude weduwnaar, een homostel, een jongeman die net uit de gevangenis komt, en Domino, the new kid on the block die naar Swentibold is verhuisd om haar ex te ontlopen.
Het voortbestaan van de wijk wordt bedreigd omdat een projectontwikkelaar de boel wil platgooien om plaats te maken voor een megabioscoop. Dat idee is niet nieuw, maar het gaat om de uitwerking.
Het script echter zit onwaarschijnlijk knullig in elkaar en wordt met elastiekjes en plakband nog een beetje bijeen gehouden. Het is broddelwerk waar Allard Blom, die in het verleden tot veel moois in staat is gebleken (Wat zien ik?, Daens en prachtige Sondheim-vertalingen) zich echt voor zou moeten schamen.
Dat overdreven nichterige homostel komt rechtstreeks uit een oubollige revue uit de jaren zeventig, de snelheid van actie maakt het kleuteroppervlakkig (binnen een paar minuten krijgen we een zwangerschap voorgeschoteld, wordt iemand na een echtelijke ruzie het huis uitgegooid, krijgt iemand kanker en hup ook maar meteen een euthanasiegesprekje), en er wordt een ratjetoe van het karakter van Domino gemaakt. Het is chaos, lolbroekerij van het allerergste soort, met suffige aanloopzinnetjes om er maar weer een liedje van Clouseau in te frommelen.
Er is weinig mis met die muziek, ook al bevindt die zich veilig in het midden van de weg. Jammer alleen dat van het mooie liedje ‘Daar gaat ze’ een wanstaltige travestie-act wordt gemaakt, Deborah de Ridder (Domino) een stem als een scheermes heeft, en de meeste anderen toch echt snel hun zangcursus moeten afmaken.
Alleen Alexander Metselaar (winnaar van de Vlaamse televisie-talentenjacht Domino – De Zoektocht) als het nieuwe vriendje van Domino blijft stevig overeind als acteur en zanger. Maar hij krijgt weer een absurd melodramatische begrafenisscène in zijn mik geduwd door de regisseur. Wellicht om het gebrek aan inhoud te maskeren wordt er driftig met een groot Anton Pieck-decor geschoven en rijdt er opeens een sportwagen het toneel op. Maar die dingen maken de zaak alleen maar erger.
Wat wel lukte met repertoiremusicals rond Abba, Billy Joel en Doe Maar, zakt hier volkomen door het ijs. Je moet wel heel erg van de muziek van Clouseau houden wil je je door deze schoolvoorstelling heen kunnen worstelen.