Vijf uur in Carré met 65-jarige Herman van Veen


Geplaatst in Theaterrecensies op . Gepubliceerd in: de Volkskrant

Bijzondere artiesten vieren bijzondere feestjes. Gisteren vierde Herman van Veen zijn vijfenzestigste verjaardag in Carré met een in mootjes gehakte estafettevoorstelling van vijf uur in de grote zaal en zeven verschillende ruimten in en rond het gebouw. Na afloop kregen de bezoekers de zojuist verschenen autobiografie Voor ik het vergeet.
Bij zo’n feest paste ook een bijzonder cadeau. Paul van Vliet overhandigde Van Veen de Edison Oeuvreprijs voor Kleinkunst, een prijs die pas voor de tweede keer is uitgereikt. De eerste gelauwerde was Ramses Shaffy.
Het oeuvre en het succes van Van Veen is voor Nederlandse begrippen bijna onvoorstelbaar: 175 cd’s, 21 dvd’s en in 20 talen een 52-delige tv serie, cd’s, dvd’s en boeken rondom Alfred Jodocus Kwak, de moedige eend, waarmee geld voor Unicef wordt binnengehaald.
Van Veen en Van Vliet zijn door Wim Kan tot zijn zonen benoemd, en daarom was de uitreiking eigenlijk een familiezaak, zoals de hele middag de sfeer uitademde van een familiebijeenkomst met Van Veen als de warme pater familias. Van Veen bedankte Van Vliet nog even voor zijn opbeurende mailtje (‘Ik sta helemaal om je heen.’) na de ontstane commotie rond Van Veens opmerking over de gelijkenis tussen de PVV en NSB.
Ook het optreden van een kinderkoor met liedjes van Alfred Jodocus Kwak kreeg een politiek tintje, toen John Kraaykamp Jr als Dolf de Kraai zich sterk maakte om ‘trekvogels en ander buitenlands geteisem’ buiten de deur te houden.
Op het grote podium wandelde Van Veen door zijn leven, waarbij hij steunpilaren in het licht zette, zoals tekstdichters Rob Chrispijn en Willem Wilmink en de Duitse vertaler Thomas Woitkewitch. Daarnaast gaf hij ruimte aan Jan Pronk, met wie hij Unicef-werk verricht, en een stoet van gevestigde favorieten, waaronder Daniël Lohues en Nynke Laverman. Op de kleine podia schoof hij protegés naar voren zoals zangeres Nina de la Croix en de Friese dichter Tsead Bruinja.
Al vijfenveertig jaar verbaast en vermaakt Van Veen zijn publiek in Nederland en in landen op alle continenten met een wonderlijke cocktail van malle fratsen, bloedserieuze maatschappelijke aanklachten, verfijnde muziek, uitbundige banaliteiten en tedere poëzie. In zijn laatste show laat hij op een beklemmend lied over Jodenvervolging vrijwel naadloos een paar versjes horen uit de bundel Kutgedichten. Hij is poeslief voor het publiek en neemt het venijnig in de maling. En altijd Erik van der Wurff, zijn trouwe muziekmakker van het allereerste uur, binnen handbereik.
Op het feest in Carré benadrukte Van Veen vooral zijn ernstige kant, terwijl ook de meeste gasten nummers met gefronste wenkbrauwen brachten. Maar ongeveer honderd artiesten op het podium die ‘Vriendschap vergeet je niet’ van Thé Lau zingen leverde een wonderschoon beeld op.