Zwoele blaosklanken/Ironische zeemansliedjes


Geplaatst in Theaterrecensies op . Gepubliceerd in: de Volkskrant

Gé Reinders: Blaos mich nao hoes. Fennek.
9
De muzikale medemens die Limburgse fanfare- en harmonieorkesten louter met carnaval-hoempapa associeert is al eens door Gé Reinders op de vingers getikt. Op de cd Vlege uit 2003 liet Reinders horen hoe zwoel en melancholiek ‘blaosmuziek’ kan klinken. Voor de cd Baos mich nao hoes pakt hij nog overtuigender uit. Uit Belgisch en Nederlands Limburg zijn acht harmonieën, zes fanfares en een brassband opgetrommeld om evenzoveel liedjes van een prachtige blaos-klank te voorzien. Reinders heeft bijna 1000 medewerkers bij elkaar gehaald, en dat betaalt zich dubbel en dwars uit. Op één onderdeel na. De zwaar aangezette stem van de Vaalser operazanger John Bröcheler valt nogal uit de toon naast het aangenaam breekbare geluid van Reinders.
Naast een aantal dansbare (niet hosbare) up tempo nummers bestaat het album vooral uit (eerder opgenomen) weemoedige nummers over de tuin, zandkastelen, de hangmat en de ‘kleine sjtad.’

4Tuoze Matroze: Ramkoers. Eigen beheer. www.4tuozematroze.nl
8
Traditionele zeemansliedjes zijn vaak aardig met een slok op, maar nuchter komen de clichés wel erg hard aan. Daar heeft het kwartet (met aanvullende krachten) 4Tuoze Matroze niet veel last van. Hun leider Cees Koldijk gebruikt de zee vooral als metafoor voor vrijheid, losbandigheid, wreedheid en eenzaamheid. En dan is er genoeg ruimte voor ironische teksten. Na tien jaar vooral lol trappen in de marge heeft 4Tuoze Matroze een grote sprong voorwaarts gemaakt. Er is hoorbaar meer aandacht besteed aan de opname, en muzikaal kruipen ze dichter in de richting van De Dijk. Voor een band die zich toelegt op rauwheid met een incidentele oprechte traan is nog ruimte zat.