De Liefde in één uur en veertig minuten


Geplaatst in Theaterreportages/interviews op . Gepubliceerd in: Regionale Dagbladen

Hij loopt in een berenpak door een pretpark om de kinderen te vermaken. Niet echt een droombaan voor iemand die eigenlijk de top in het cabaret wil bereiken. Toch aarzelt Huub Stapel om de berenman een loser te noemen.
‘Laten we hem maar twijfelachtig succesvol noemen’, vult Carine Crutzen aan.
Stapel en Crutzen spelen in het toneelstuk De Kus twee vijftigers die elkaar op een zorgelijk moment in hun leven toevallig in het bos ontmoeten. Want ook de vrouw bevindt zich niet op het hoogtepunt van haar geluk. De sleet zit duidelijk op haar langdurige huwelijk, en haar gezondheid laat te wensen over. Zij is op weg naar het ziekenhuis waar in een grote bruine enveloppe de uitslag van een medisch onderzoek wacht.
Twee mensen die even niet weten hoe het verder moet. In de greep van het klassieke is-dit-nou-alles-gevoel. Wat willen ze nog in het leven? Wat kunnen ze nog in het leven? Het publiek is getuige van een zielsaanraking, een bijzondere liefde die in totaal maar één uur en veertig minuten duurt, de lengte van de voorstelling. Het is een ingedikte werkelijkheid, alsof een heel leven in zo’n korte periode wordt gepropt. Een ontmoeting met wederzijdse herkenning, troost en goedbedoele levensadviezen. Zo raadt de man de vrouw aan om niet naar het ziekhuis te gaan, maar zonder ballast de draad weer op te pikken, want ‘naar het ziekenhuis gaan maakt je ziek.’
De Kus staat niet alleen voor de ontmoeting tussen twee zoekenden op het podium, maar is ook de samenwerking tussen twee spelers die uitermate gelukkig zijn om de komende maanden met elkaar van schouwburg naar schouwburg te trekken. ‘Een huwelijk’, noemt Crutzen het, waarin ze alle stemmingen van elkaar meemaken, samen eten en samen reizen. ‘En daarna weer gelukkig, in harmonie scheiden.’
Het is opmerkelijk dat de twee nu pas samen op het toneel staan. Allebei uit Zuid Limburg en ook dezelfde theateropleiding gevolgd in Maastricht. Ze zijn weliswaar niet gelijk begonnen, maar vierdejaars Huub kwam de eerstejaars Carine regelmatig in de kroeg tegen. Daar bloeiden liefdes op tussen docenten en studenten en natuurlijk tussen studenten onderling. Nee, de twee hebben elkaar toen niet gekust. Dat kunnen ze dan nu, door de kunst gelegitimeerd, eindelijk goedmaken.
De titel van het stuk brengt hen terug naar de eerste kus. Enigszins Limburgs voorspelbaar is de plek van handeling de kermis (Huub, 12 jaar) en carnaval (Carine, 13 jaar).
Carine: ‘Toen ik ’s ochtends wakker werd, was ik vastbesloten dat er gekust zou worden. Ik had drie dagen de tijd, maar het moest gebeuren. Carnaval is natuurlijk een zeer geschikt moment.’
Huub: ‘We komen uit de traditie van de kerk. Je werkt het hele jaar hard, maar op die katholieke feesten komen we echt los. Ik heb een mooie jeugd in Limburg gehad. Natuurlijk was ik misdienaar en heb ik in het kerkkoor gezongen. Die muziek ging thuis verder. Met mijn vader achter de piano en dan vierstemmig Yesterday van The Beatles zingen.’
Stapel komt uit Tegelen, befaamd om de Passiespelen, een groots theaterspektakel over de laatste levensdagen van Jezus dat om de vijf jaar wordt opgevoerd. Het is niet verwonderlijk dat juist dat dorp zoveel theatertalent heeft voortgebracht, zoals André van den Heuvel, Gerard Thoolen en Chantal Janszen.
Ook Carine heeft het verband tussen het katholieke geloof en het theater ervaren: ‘Ik heb altijd Maria gespeeld in de kerk, en ook veel gezongen. Bij mijn eerste communie had ik linten in mijn blonde haar en mijn moeder had vleugeltjes voor mij gemaakt. Ik voelde me heiliger dan heilig. Katholieken hebben gevoel voor drama. Ze kunnen zwelgen in het eigen verdriet. In de Randstad is men toch wat intellectualistisch. Er wordt daar wel erg vaak vanuit het hoofd geredeneerd. Het mag best wat emotioneler, wat meer uit het hart, zoals in Limburg.’
Toch wil Stapel de gemeenschappelijke liefde voor Limburg wel enigszins relativeren. Ze wonen ten slotte niet voor niets allebei al lange tijd in het Westen, boven de rivieren. ‘Er doen een hoop misverstanden de ronde over de zogenaamde joyeuze, gastvrije Limburgers. Ze zijn toch lichtelijk xenofoob. Er is veel warmte binnen de eigen familie, maar als het van buiten komt, is er al snel achterdocht. Groningers en Friezen zijn veel gastvrijer.’
Carine: ‘Het is over het algemeen ook veel plezieriger om in het Noorden te spelen. Groningers en Friezen reageren veel uitbundiger. Ze zijn mensen van het woord, terwijl men in Limburg meer van het beeld en de muziek houdt.’
De twee zijn het roerend eens met elkaar, en bevestigen dat door wat fysiek contact. Stapel: ‘We moeten wel uitkijken dat dit interview niet te klef wordt.’
Het lijkt met zo’n partner nauwelijks voor te stellen dat Stapel nog in zijn eentje op het podium zou willen staan. Toch heeft hij dat de afgelopen tijd veelvuldig gedaan in Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus, een cabareteske solo, waarin Stapel de verschillen tussen mannen en vrouwen analyseert.
‘Ik dacht dat ik het moeilijk zou vinden in mijn eentje. Ik kom uit een gezin met zes kinderen en ben veel meer van de groep. Maar ik ben er vrijer door geworden. Ik kan een paar domme acts doen, en dan weer op de rem staan.’
Na 178 voorstellingen is het even afgelopen, maar het succes was zo overweldigend dat er nog een vervolgserie komt. ‘Het record van Esther de Boer-van Rijk die 800 keer Kniertje heeft gespeeld in Op Hoop van Zegen zal ik niet halen, maar dit is voor mij ongekend.’
Stapel heeft de lange serie als een feest ervaren: ‘Het was ontzettend leuk, een verrassend samenspel met het publiek. Overal braken ze de tent af. Ik voel me ook wel een beetje een Limburgse missionaris, die hoopt dat het publiek dat me in Mars en Venus heeft gezien, nu ook naar De Kus komt. Mensen hebben vaak geen idee hoe leuk toneel is.’
Bekendheid uit de ene productie kan ook tegen je werken, heeft Carine Crutzen wel eens gemerkt. Iedereen was dol op de personage die ze in de televisieserie Oud Geld speelde, maar zij hoorde soms de schrikreactie uit de zaal toen ze in haar volgende toneelrol opende met: ‘Dat noemt zich dan een vriendin. Kutwijf.’
Maar over het algemeen wordt ze overladen met lof, voor wat ze ook doet. Opmerkelijk is het hoge royalty-gehalte van haar acteer-cv: In naam der Koningin, Wij Alexander, De Prins en het Meisje, en natuurlijk haar recente indrukwekkende rol als Beatrix in de film Majesteit. Toeval of kleeft de monarchie aan haar? ‘Koninginnen, ook de Griekse die ik heb gespeeld, zijn vaak sterke vrouwen die een masker hebben. Zij hebben een privéleven, maar moeten altijd iets ophouden. Die dubbelheid zie je ook bij vrouwen als Sylvia Tóth en Nina Brink. Dat zijn sterke vrouwen, maar zij hebben ook een gepassioneerde en onzekere kant. Eigenlijk is de vrouw in De Kus ook een soort van koningin, als apotheker in een klein dorp, waar zij op een voetstuk staat. Men ziet mij vaak als een zelfverzekerd persoon, en dat ben ik tot op zekere hoogte ook, maar er zit ook een kwetsbare kant achter. Misschien liggen dat soort rollen mij daarom wel.’

De Kus door Hummelinck Stuurman Theaterproducties. Tekst en regie: Ger Thijs, met Carine Crutzen en Huub Stapel. www.hummelinckstuurman.nl