Hoe gaat het met de Canadees van Trees?


Geplaatst in Theaterrecensies op . Gepubliceerd in: de Volkskrant

Veel Nederlandse meisjes hadden in mei 1945 meer interesse voor de Canadeze bevrijders dan voor de lokale jongens. Verongelijkt zongen de laatsten dan ook: ‘Hollandse meisjes, wil je gezoend worden in het plantsoen? Laat dat een jongen van eigen bodem doen.’ Die eigen-volk-eerst-mentaliteit van tekstdichter/componist Henri Theunisse komt ruim zestig jaar na de Duitse capitulatie wat bizar over, maar de frustratie was wel begrijpelijk. Die bleke, ondervoede Nederlandse jongens waren natuurlijk geen partij voor de stoere, gebruinde soldaten in mooi uniform, die ook nog eens chocola, nylon kousen en sigaretten uitdeelden. Dus sprong Trees bij een Canadees achter op de motor.
In het Amsterdamse Verzetsmuseum is een kleine, maar zeer fijne tentoonstelling ingericht over de muzikale ontlading na vijf jaar bezetting. Met veel interessante bladmuziekomslagen uit het privé archief van de (Nederlandse) Amerikaan Hugo Keesing, geluidsfragmenten, filmbeelden en bevrijdingsobjecten, zoals een leger-biscuitblik. Op de foto ernaast zien we dat een jeugdige drumband op een bevrijdingsfeest het blik als surrogaat-trommel gebruikt.
Op de heugelijke dag zelf moesten de feestvierders het doen met het Wilhelmus en ander vertrouwd nationalistisch repertoire, zoals De Zilvervloot, Daar zijn de appeltjes van oranje weer en Waar de blanke top der duinen. Maar al spoedig gingen tekstdichters en componisten aan de slag. De Limburgse zanger/componist Albert de Booij had nog het mobilisatieliedje Ergens in Nederland in de la liggen, dat nooit een hit was geworden. Tekstdichter Lou de Groot maakte er een vrolijke bevrijdingstekst van over de omgang tussen de Nederlandse meisjes en de bevrijders. Trees, ‘knap en aardig in d’r vlees’ moest nooit iets van verkering hebben, en vrijen vond ze ongezond, maar ze viel als een blok voor haar Canadees. De Groot tempert in het slotcouplet de vreugde wel een beetje:

Och hoe zal het gaan met Treesje
Als haar boy uit Canada
Binnenkort weer zal verdwijnen
Naar zijn home in Ottawa.

Ds. Buskes, lid van het Entertainment Committee of the Netherlands, schetst in Vrij Nederland een somber beeld. ‘Straks zitten de meisjes die naar de dansavondjes en de tuinfeestjes gingen met de scherven: een kind of een geslachtsziekte.’ Vooral Amsterdam, dat was aangewezen als verlofcentrum voor de Canadese troepen die in Duitsland waren gelegerd, kreeg te maken met het Transatlantische charme-offensief. Bijna tweeduizend Canadezen zijn keurig met een Nederlands meisje getrouwd. Naast de klassieker over Trees herinneren liedjes als Mijn Tommy uit Canada, Weet je wat een zoentje is (een zoentje is a little kiss) en Little girl in Holland (van Toon Hermans) aan deze liefdeszomer.
In de eerste naoorlogse muziekgolf wordt nauwelijks teruggekeken. De liedjes zijn optimistisch en doen een beroep op gemeenschapszin en de wil om het land zo snel mogelijk weer op te bouwen. Opmerkelijk voor een land waar de wapens net zijn neergelegd is de populaire Sten-gun walk. De Rotterdamse dansschool Pierre Zom levert bij het liedje de volgende instructie voor de heer: ‘De beweging maken als heeft men een stengun in aanslag. De dame zal nu haar handen in de hoogte doen als geeft zij zich over.’
Zoals we later te horen kregen, heeft vrijwel iedereen in de jaren ’40-’45 in het verzet gezeten. Dat verzet bleek in de meeste gevallen echter hooguit te bestaan uit het verbergen van de radio voor de Duitsers, zodat naar Radio Oranje kon worden geluisterd. Maar natuurlijk ook naar Amerikaanse muziek. Interessant is daarom de kleine afdeling over het blad Tuney Tunes dat vanaf 1942 illegaal werd uitgebracht door de Eindhovense drukker Jan van Haaren. Het blad groeide na de oorlog uit tot het meest populaire muziektijdschrift. Van Haaren noteerde de teksten van swingende Amerikaanse liedjes, die door de bezetter als entartet werden beschouwd en dus verboden waren. Op de twee oorlogsexemplaren die zijn verschenen – de drukkerij werd gebombardeerd – stond een prijs van 5 Franc, om de suggestie te wekken dat het blaadje uit België kwam. Het is een van de weinige ondergrondse blaadjes die niet terug te vinden is in het archief van het NIOD.

Bevrijdingsmuziek in het Verzetsmuseum Amsterdam tot 1 oktober. www.verzetsmuseum.org