Pieter van Empelen: muzikant en museumman


Geplaatst in necrologie op . Gepubliceerd in: Het Parool

In zijn bureaula ligt een vel papier waarop Pieter van Empelen (Jutphaas, 1943) zijn ‘levensopdracht’ heeft geschreven: ‘Het mooiste werk moet nog gemaakt worden.’ Hij haalde het uit de la ter inspiratie wanneer theatergroepen, waarvan de voorstelling dreigde vast te lopen, weifelende cabaretiers, overheidsinstellingen of bedrijven in nood bij hem aanklopten. Het papier kan vanaf nu in de la blijven liggen. Gisteren werd bekend gemaakt dat pianist, componist, tekstschrijver, regisseur, adviseur en museumreorganisator Pieter van Empelen zondag is overleden.

Bij cabaretliefhebbers is Van Empelen, die zijn studie elektrotechniek verruilde voor muziek, vooral bekend als de pianist/componist van cabaretgroep Don Quishocking. Samen met Kabaret Ivo de Wijs en Neerlands Hoop domineerde DQ het ‘jonge’ Nederlandse cabaret in de jaren zeventig. De groep – met Jacques Klöters, George en Anke Groot en Fred Florusse – kwam in 1968 bovendrijven op cabaretfestival Cameretten. Boven de recensie van Peter van Bueren in De Tijd stond na een voorronde: ‘Don Quishocking goed. Rest matig tot puin.’ Toch ging een ander duo ervan uit dat het die literair geschoolde en mooi zingende jongens en dat meisje wel kon verslaan in de finale. De jury, onder leiding van cabarethistoricus Wim Ibo verwees Bram Vermeulen en Freek de Jonge (Neerlands Hoop) naar de vijfde plek.

Don Quishocking paste precies binnen de definitie van Ibo voor het ideale cabaret: ‘professionele literair-muzikale theaterkleinkunst in een intieme omgeving voor een intelligent publiek.’ In hun programma’s gingen ze er met gestrekt been in als het ging om taboeonderwerpen als kanker en het koningshuis. De meer melancholieke teksten werden gekocht van dichters als Willem Wilmink en Jan Boerstoel. Het waren deze nummers, waaronder De oude school en Opa’s honderdste verjaardag, die door de zachtmoedige en toch dartele muziek van Pieter van Empelen klassiekers zijn geworden.

Toen DQ volgens Van Empelen op dood spoor dreigde te raken en zich te veel als Bekende Nederlanders ging gedragen, stapte Van Empelen uit de groep. De botenliefhebber en eeuwige knutselaar werd directeur van het Maritiem Museum in Rotterdam.

DQ spatte in 1981 uit elkaar nadat George en Anke Groot zich bekeerd hadden tot de Indiase goeroe Bhagwan. Toen de groep later werd gevraagd voor een aantal gelegenheidsprojecten, zoals het Erika Mann-programma Kaltes Grauen en Instituut Zwagerman, een venijnige aanval op de consultancymaffia, was Van Empelen er weer bij.

Daarnaast is de directeur van eenmansbedrijf ACT (Adviezen, Concepten, Theaterprojecten) verantwoordelijk geweest voor de reorganisatie of inrichting van het Cobra Museum in Amstelveen, het Stadsmuseum in IJsselstein en de Hermitage in Amsterdam. Van de vele jonge cabaretiers die zich bij Van Enpelen meldden is Youp van ’t Hek de belangrijkste. Tot 1988 is hij door Van Empelen geregisseerd. Van ’t Hek: ‘Elke voetballer heeft een jeugdtrainer die hij nooit meer vergeet.’